top of page

Evalueren van voorgenomen beleid

Kun je iets wat er nog niet is evalueren? Zeker! Voorgenomen beleid bijvoorbeeld. Hoe doe je dat?





Het ritueel van de evaluatie van een project of programma achteraf (ex post) kent iedereen wel. Het is vaak een verplicht nummertje omdat het slechts zelden op zo'n manier gebeurt, dat het de vruchten afwerpt die van een organisatie een lerende organisatie en uiteindelijk een thought leader weet te maken. En als het al goed gebeurt, denk aan onderzoeksrapporten van benoemde overheidscommissies of de Onderzoeksraad voor de Veiligheid, dan gaat het om dusdanig specifieke gebeurtenissen (Srebrenica, Corona) dat geen ministerie er lessen uit hoeft te trekken. Maar zelfs als er duidelijk wél lessen te trekken zouden zijn, zoals bij de ICT-onderzoeken van de Commissie Elias, is de praktijk kennelijk weerbarstig. Dat zien we op kleinere schaal ook in Amsterdam, waar ruimtelijke en infrastructurele projecten in de regel duurder uitvallen dan begroot. Ook de reguliere projecten. Ik heb er een whitepaper over geschreven.



Behalve beleid worden in Amsterdam ook projecten in de ruimtelijke en infrastructurele sector vooraf geëvalueerd. Dat gebeurt aan de hand van 'dwarskijksessies', waarbij collega's met een frisse kijk op de voorgenomen aanpak van een project reageren. Niet iedere projectmanager vindt het even leuk om zijn of haar aanpak te laten beoordelen door een of meerdere collega's. Maar het zal duidelijk zijn dat de kwaliteit van de uitvoering gebaat is bij feedback van peers. Al zitten er aan deze methodiek ook wel wat haken en ogen, want vooraf is nog alles mogelijk, maar achteraf ligt de situatie vast. Als die ex post niet meer geëvalueerd wordt, zit er geen slot op de deur van de dwarskijksessies.




Beleidsevaluatie uitgangssituatie en diagnose

Hier gaat het om de beleidsevaluatie vóóraf. Kun je dan vooraf iets laten evalueren? Zeker. Een beleidsinterventie bijvoorbeeld. Hoe? Door de uitgangssituatie en de diagnose objectief te schetsen en daar de te verwachten effecten van een beleidsinterventie tegen af te zetten. Daartoe laten organisaties een waarheidsgetrouw beeld c.q. diagnose schetsen van de uitgangssituatie; de 0-meting zodat een bestuur op basis daarvan een weloverwogen beleidskeuze kan maken. Het verschil tussen het stellen van een diagnose en het evalueren van een uitgangssituatie is dat er bij een diagnose al naar de oorzaken, dus de causale verbanden gekeken wordt, terwijl je met de 0-meting een objectief, kwantitatief beeld vormt van de situatie zoals die is. De diagnose is in de praktijk de vervolgstap na de evaluatie van de uitgangssituatie.



Wat is het effect van voorgenomen beleid?

Elke organisatie maakt beleid. Grote overheidsorganisaties doen niet anders. Het is hun core business. Maar ook private ondernemingen en goede doelen zijn voor een belangrijk deel bezig met beleid te maken en te reageren op het beleid van voorgangers en overheden. Dat gebeurt doorgaans in de vorm van een position paper. Ook gemeentelijke overheden hebben met de beleidsvoornemens uit Den Haag te maken en produceren zelf ook weer lokaal beleid. Daar heet dat beleidsanalyse en beleidsnota. Wat is nou het effect van voorgenomen overheidsbeleid in de vorm van wetgeving, regelgeving, verordeningen of maatregelen? Dat is soms moeilijk in te schatten. Daarom laten organisaties een beleidsvoornemen vóóraf, dus nog vóórdat ze een beleidsnota maken, evalueren: hoe staan burgers, medewerkers of andere 'justitiabelen' tegenover het voorgenomen beleid? Wat zou het draagvlak zijn? Welke bedoelde en onbedoelde effecten heeft het voorgenomen beleid? Omdat de overheid de ongewenste effecten tot een minimum moet beperken, zullen de effecten voor alle categorieën justitiabelen geëvalueerd moeten worden.



Kwalitatieve interviews onder de focusgroep

Er zijn twee manieren waarop je zo'n beleidsevaluatie kunt vormgeven: kwantitatief en kwalitatief. Kwantitatief doen organisaties dat aan de hand van een enquête. Het voordeel is dat je betrekkelijk eenvoudig veel informatie kunt genereren en - afhankelijk van de vraagstelling - kunt kwantificeren. Het nadeel is dat je veel mensen ongerust kunt maken. Met een serie kwalitatieve interviews onder een focusgroep loop je dat risico niet of minder. Bovendien haal je veel meer 'kleur' en nuance op. En context is altijd belangrijk om ook naar de neveneffecten van voorgenomen beleid te kijken. Vervolgens splits je de informatie uit naar relevante facetten van het voorgenomen beleid zoals verwachte effect, draagvlak, krachtenveld, benodigde resources, sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen, moment van invoering en wijze van invoering. Een derde manier is het initiëren en modereren van een online discussieplatform rondom de thematiek. 



Verschil tussen publieke en private sector

Voor de beleidsevaluatie maakt het geen verschil of dat in de publiek of in de private sector gebeurt. De methodiek is hetzelfde en het doel ook: een beeld vormen van de effecten in de zin van kansen en risico's van een voorgenomen beleidsinterventie. Dan kom je er niet door in een glazen bol te kijken. Wel door stakeholders te spreken en de status qua koel te analyseren. Het gaat om het beoogde effect en wat daar de kosten en opbrengsten van zijn. Het enige verschil is dat de context van een overheid van een andere orde is dan die van de private sector. Dat is kort door de bocht het verschil tussen beleidsmakers en belangenbehartigers.

Gerelateerde posts

Alles weergeven

Comentarios


bottom of page