· 

Presenteren; verbeter je presentatie met onze tips uit de wereld van storytelling

Storytelling is zo ongeveer uitgevonden voor een speech of presentatie. Dat is gewoon storytelling in action. Twaalf tips voor je leiderschapsspeech of presentatie uit de wereld van storytelling. Met dank aan de familie Obama.

CEO houdt een speech, lezing, presentatie, toespraak
Spreken in het openbaar; daar is storytelling zo ongeveer voor uitgevonden.

Iedereen staat wel eens voor een groep. CEO's, HR-directeuren en afdelingsmanagers zelfs heel vaak. Some hate it, some love it. Maar dat zegt niks over het resultaat. Wat werkt nou wel en wat niet? Om bij dat laatste te beginnen: opsommingen. En toen dit, en toen dat. Werkt niet. Nu niet en nooit niet. En waarom niet? Omdat we een referentiepunt missen. En dat referentiepunt ben je als spreker zelf. De eerste persoon enkelvoud is dé persoonsvorm van de verteller. Het vermijden daarvan maakt een speech afstandelijk en onpersoonlijk. Het komt ook onnatuurlijk over. Iedereen ziet je daar staan. Dus tip 1: maak het persoonlijk.

'The only reason to make a speech is to change the world.'

J.F. Kennedy

presentatie, Speech of toespraak

Is het woordje 'ik' niet verdacht? Tja, ego is een beest dat je voor een presentatie maar beter in zijn kooi kunt houden. Je moet juist identificatieruimte creëren. Je gehoor moet zich met je verhaal kunnen identificeren. Dus niet: ik heb dit en ik heb dat, maar meer verhalend: 'Ik las vanmorgen in de krant dat...', 'U heeft onlangs vast wel gehoord dat...'   ‘Ik hoorde dat ...’,  ‘Ik kwam laatst ...’,  ‘Toen ik ...’. Want dat is tip 2: pluk voorbeelden uit het echte leven. Anekdotiek waarin iedereen zich kan herkennen. Logisch, want wat is nou de bedoeling van een speech, presentatie, lezing of toespraak? Wat wil je bereiken? Dat je je gehoor (klanten, relaties, medewerkers) meeneemt in je verhaal en zo je boodschap naar binnen kunt fietsen. 

Tips en adviezen komen uit mijn eigen praktijk als moderator, dagvoorzitter en workshopleider

troonrede

Zoals elk verhaal bestaat elke presentatie uit drie delen: opening, midden en slot. En ook die delen zijn weer onderverdeeld in een opening, een middendeel en een slot. Al die negen elementen smeed je aan elkaar met 'bruggetjes', terwijl je de rode draad vasthoudt. En die rode draad is een weg naar een doel. En dat is het punt dat je wilt maken, de boodschap die je hebt te vertellen. Niet drie, niet twee, nee één. Dat is natuurlijk een crime voor belangrijke institutionele toespraken. Voor een State of the Union of in het Europees Parlement door Commissievoorzitter Junker of de Troonrede door koning Willem Alexander worden vaak meer dan twintig (!) versies geschreven en uiteindelijk vlucht iedereen in een opsomming, waarbij elk woord ook nog eens op een goudschaaltje is gewogen. Het enige positieve dat je ervan kunt zeggen is dat je niet kunt zeggen dat er iets niet klopt. Tenminste niet als je er drie keer over nadenkt. Maar mijn hemeltje, als dát de bedoeling is van een speech, dan kun je er beter een nota van maken en uitdelen.  



drie valkuilen bij een leiderschapsspeech of presentatie

De drie beruchtste valkuilen voor een presentatie zijn achtereenvolgens: De verstopper. De spreker blijft zich in algemeenheden en abstracties hullen. Of in jargon, in clichés of slaat door in beeldspraak. Je krijgt als luisteraar geen connectie met de spreker, althans met zijn verhaal. Je zoekt steeds panischer naar de clou. Waar is dit op gebouwd? Waar gaat dit heen? Dan heb je de spuier. De dikdoener. Die wil laten zien hoeveel hij wel niet weet en wie hij (ja, altijd mannen) wel niet kent (name dropping). Maar ondertussen gaat hij voorbij aan de essentie, namelijk dat je in een verhaal een punt wilt maken. Dan leidt name dropping alleen maar af. En dan heb je de puntzakspecialist; een nerveuze spreker die bang is dat hij iets vergeet en zich daardoor verliest is een woud van details. Het is, behalve misschien in een wetenschappelijk discours, ook geen kwestie van zoveel mogelijk kennis spuien. De puntzakspecialist begint misschien nog bij de stam, kruipt via de eerste tak naar een zijtak en opeens ben je hem kwijt. Hij zit verborgen in het struikgewas. Je hoort alleen nog geluid uit een bepaalde richting komen. 

visualiseren bij presenteren

Dus is er maar één vraag die je je in de voorbereiding stelt: wat is je kernboodschap? Wat is de kernzin? Wat is het kernwoord? Als je dat te pakken hebt, kun je eigenlijk ook niks vergeten. Vervolgens probeer je dat kernwoord te visualiseren. Een mooi voorbeeld van visualiseren: in de film The Big Short legt de hoofdrolspeler aan een groep bankiers uit waarom het bankensysteem op ontploffen staat en hoe ze daar van kunnen profiteren. Hij demonstreert zijn punt met een Janga-puzzel, een toren van losse houten blokjes. Op de blokjes staan de ratings van grote en kleine banken, met de zwakste ratings, triple B, onderaan de toren en de beste ratings, triple A bovenaan. In een oogwenk snap je het probleem: zwakke banken trekken de sterke banken om. Aan de onderkant haalt hij telkens een blokje weg, tot de hele stapel omvalt: ‘This is America's housing market.’

Presentatie en speech en spreken in het openbaar
Spreken in het openbaar; maak het aanschouwelijk

Een researcher liet op het scherm een levensgrote koekjestrommel zien en begon zijn presentatie als volgt: ‘Mijn moeder verstopte altijd dit soort bewaarsystemen in huis, want ik at alles op wat ik maar in mijn vingers kreeg. Eigenlijk heb ik van mijn moeder geleerd hoe je heel snel goed moet zoeken. Die permanente zoektocht in mijn jeugd is de reden dat ik nu als researcher verantwoordelijk ben voor …’

vijftien tips voor een succesvolle leiderschapsspeech, lezing, presentatie of toespraak

  • Bepaal vooraf welk beeld/welke emotie je bij je gehoor wilt achterlaten. Wat wil jij dat ze zich na drie weken nog van je toespraak herinneren? Welk gevoel moet er zijn blijven hangen? Maak bijvoorbeeld je medewerkers met een nieuwjaarsspeech trots op wat ze hebben bereikt het afgelopen jaar, maar geef ze ook de energie om die lijn in het nieuwe jaar door te trekken. 
  • Maar maak van terugkijken en vooruitblikken geen nevengeschikte opsomming. Kijk waar het wezenlijk om gaat en zoek daar een voorbeeld of anekdote uit het echte leven bij. Wat is het centrale thema? Wat is het kernwoord? Kun je daar een beeld bij verzinnen? Kun je een voorwerp bedenken dat bij dit kernwoord past? Neem dat dan mee en vertel waarom dat voorwerp symbool staat voor wat je wilt vertellen. Maar neem dan aub niet de stekkerdoos van Jolande Sap mee!
Spreken in het openbaar en presentaties met storytelling
Bij presentaties of spreken in het openbaar laat je ZIEN wat je bedoelt! Hier Peter van Uhm, opperbevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten.
  • Een real life story werkt altijd goed om mee te beginnen. Tenminste als die illustreert wat je wilt zeggen en als iedereen zich in de situatie (werk, tankstation, winkel, supermarkt etc) kan herkennen.
  • Schilder zo'n verhaal met liefde voor details: gezichten, kleding, woordgebruik, houding, settings, weersomstandigheden. Probeer het allemaal letterlijk voor je te zien. Denk aan zintuigen: hoe rook het? Wat zag je? Wat hoorde je? Wat voelde je? Michelle Obama vertelde in haar speech over haar vader die met MS kampte. 'Ik zie hem nog staan, boven aan de trap... ik stond daar naast m'n broer...' 

Maak het verhaal persoonlijk en geloofwaardig door details.

  • Een speech duurt niet langer dan 5 – 15 minuten. Uitzonderingen daargelaten. En Dolf Jansen praat op mitrailleursnelheid 236 woorden per minuut en de koning in zijn kersttoespraak op musket-snelheid 130 woorden per minuut. Maar dat is wel het aantal woorden per minuut dat een zaal aankan. 'Schrijf en oefen je speech op zo'n 100 woorden per minuut, dan heb je ook tijd om stiltes te laten vallen. Een stilte na een punt (pointe, emotie, inzicht) dat je hebt gemaakt, geeft je boodschap impact en je toehoorders de gelegenheid om wat je vertelt te verwerken. Luister bijvoorbeeld eens naar Winston Churchill hoe hij zijn land en zijn soldaten moed in praat in het meest duistere uur van de oorlog na de nederlaag in Duinkerken: We shall fight on the beaches.  

Let op de stiltes die de 'büttenredner' hier steeds laat vallen.

  • Kleine concrete woorden zijn altijd beter dan grote abstracte woorden waar niemand zich iets bij kan voorstellen. Dat pleit voor beeldend taalgebruik. Gebruik ook niet teveel dure woorden als je ook betaalbare woorden kunt gebruiken.
  • Elke toespraak kent dezelfde opbouw: begin, midden en eind. Die staan voor: Waarom zou ik hier überhaupt naar luisteren? Ok, en waaróm is dat dan zo? En: Wat wil je nou van mij? Zo'n begin, midden en eind bestaan ook weer uit een begin, midden en eind. Verbind begin, midden en eind steeds met elkaar via 'bruggetjes'.
  • Het grote verschil tussen een gesproken en geschreven tekst is de informatiedichtheid. Daar is in een gesproken tekst veel minder ruimte voor. Dat betekent: geen enerzijds/anderzijds redeneringen, maar met de deur in huis, grote halen snel thuis en van dik hout. Hou het dus simpel.
  • Een clou of conclusie als een open deur is helemaal niet erg. Mensen horen graag wat ze zelf ook vinden. 
  • Benoem wat je niet wilt, maar vertel vooral wat je wel wilt. Hou het positief. 
  • Schrijf je verhaal een keer helemaal uit. Kijk of de rode draad duidelijk is: hoe kom je van je opening via het midden naar je conclusie? Is dat logisch?  
  • Vat die 'ijsschotsen' samen in kernwoorden. Eigenlijk zou je dan je verhaal moeten kunnen vertellen alleen op basis van die kernwoorden. Het is helemaal niet erg als je dan wat details van je verhaal vergeet, zolang je maar de rode draad vasthoudt.
  • Laat je mimiek en lichaamstaal op een natuurlijke manier corresponderen met passages van je verhaal. Tonen van emoties is geen teken van zwakte, maar van inlevingsvermogen en - waar nodig - empathie.
  • We hadden het weliswaar over ijsschotsen, maar probeer niet te gaan ijsberen op het podium.
  • En tot slot: probeer je hetgeen je vertelt ook daadwerkelijk vóór te stellen. Tastbaar. Als je zelf niet gelooft in wat je staat te vertellen, of als je er zelf geen beeld bij krijgt, krijgt je gehoor dat zeker niet. 

Bob Duynstee is een creatieve communicatiespecialist met een journalistieke achtergrond. Hij heeft ruime ervaring als coach effectief communiceren. Daarnaast is hij moderator en dagvoorzitter en wordt hij door bestuurders en beleidsmakers ingehuurd als speechwriter en storyteller.

Ja, ik wil graag verder praten over presenteren:

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.

Reactie schrijven

Commentaren: 0