Storytelling-tips voor je presentatie of speech
- Bob Duynstee
- 13 jun 2024
- 9 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 7 dagen geleden
Storytelling is zo ongeveer uitgevonden voor een speech of presentatie. Dat is gewoon storytelling in action. Hieronder geef ik tips en voorbeelden die je dan uit de wereld van storytelling kunt gebruiken.
Iedereen staat wel eens voor een groep. Bewindspersonen, politici, CEO's, HR-directeuren en afdelingsmanagers zelfs heel vaak. Some hate it, some love it. Maar dat zegt niks over het resultaat. Wat werkt nou wel en wat niet? Om bij dat laatste te beginnen: opsommingen. En toen dit, en toen dat. Werkt niet. Nu niet en nooit niet. En waarom niet? Omdat we een referentiepunt missen. En dat referentiepunt ben je als spreker zelf. De eerste persoon enkelvoud is dé persoonsvorm van de verteller. Het vermijden daarvan maakt een speech afstandelijk en onpersoonlijk. Het komt ook onnatuurlijk over. Iedereen ziet je daar staan. Dus tip 1 bij het presenteren is: maak het persoonlijk.

Een researcher liet op het scherm een levensgrote koekjestrommel zien en begon zijn presentatie als volgt: ‘Mijn moeder verstopte altijd dit soort bewaarsystemen in huis, want ik at alles op wat ik maar in mijn vingers kreeg. Eigenlijk heb ik van mijn moeder geleerd hoe je heel snel goed moet zoeken. Die permanente zoektocht in mijn jeugd is de reden dat ik nu als researcher verantwoordelijk ben voor …’ De les: maak je standpunt of opinie persoonlijk en aanschouwelijk!
Kijk hoe Boris Johnson zijn tribuut aan Koningin Elisabeth II begint met een persoonlijk verhaal. Zo doe je dat!
(Bron: YouTube).
Mooi voorbeeld van de perfecte Brexit-speech. Begint natuurlijk met de locatie en een lofzang op de plafondschildering, of beter op de roemrijke historie van het UK. Weg uit de EU. Dan sta je er alleen voor. En dan spreekt je PM je moed in. Dit is wat je van een PM verwacht: meeslepend, visie en humor. Bravo Boris! Hoe verstandig de Brexit is, is een tweede. Bron: YouTube.
Maar is het woordje 'ik' dan niet verdacht? Tja, ego is een beest dat je voor een presentatie maar beter in zijn kooi kunt houden. Je moet juist identificatieruimte creëren. Je gehoor moet zich met je verhaal kunnen identificeren. Dus niet: ik heb dit en ik heb dat, maar meer verhalend: 'Ik las vanmorgen in de krant dat...', ‘Ik hoorde dat ...’, ‘Ik kwam laatst ...’, ‘Toen ik ...’. En dat is dan tip 2: pluk voorbeelden uit het echte leven. Anekdotiek waarin iedereen zich kan herkennen. Want wat is nou de bedoeling van een speech of presentatie? Dat je je gehoor weet mee te nemen in jouw verhaal. En dat doe je door alledaagse situaties te schetsen.
'The only reason to make a speech is to change the world.' J.F. Kennedy
Troonrede
Zoals elk verhaal bestaat ook de speech en presentatie uit drie delen: opening, midden en slot. En ook die delen zijn weer onderverdeeld in een opening, een midden en een slot. Al die negen elementen smeed je aan elkaar met 'bruggetjes', terwijl je daar de rode draad van je verhaal doorheen weeft. Die rode draad is een weg naar het punt dat je wilt maken. Niet drie, niet twee, nee één punt, althans één thema. In de motivational speech hierboven van Boris Johnson is de boodschap: We can do this!
Voor institutionele toespraken als de State of the Union of de Troonrede door koning Willem Alexander is de boodschap een crime. Voor zo'n toespraak worden vaak meer dan twintig (!) versies geschreven en uiteindelijk vlucht elk kabinet in de (vermeende) veiligheid van opsommingen (... 'dan hebben we het in elk geval genoemd' ...), vage abstracties en nikszeggende zinnen. Dat is het tegenovergestelde wat je zou moeten doen in een speech of presentatie; zodra het een opsomming dreigt te worden, ga dan een etage hoger zitten. Maar toegegeven, dat vraagt bij maatregelen wel wat vrije denkruimte.
De Troonrede lijdt vaak aan feitelijkheid en een gebrek aan verbeelding.
Narratieve transportatie theorie
De kern van de speech of presentatie raakt aan wat in in wetenschappelijke kringen heet: de narratieve transportatie theorie. In gewoon Nederlands: vervoering. Letterlijk: je neemt je gehoor mee (transportatie). Daar is bij de Troonrede geen sprake van. Waarschijnlijk omdat die wordt uitgesproken voor politici die natuurlijk precies weten hoe die theorie werkt, en daar zitten ze niet op te wachten. Om het even oneerbiedig te zeggen: A rat allways knows when he's in with weezels. Want er zit een heel manipulatief kantje aan. Als je mensen eenmaal in je bus hebt zitten, blijken ze extreem gevoelig voor het punt dat je wilt maken. Ze geven alle wapens van kritisch denken uit handen en laten zich gewillig meevoeren naar wat je hen door jouw verhaal laat zien.
Spiegelen
Gecontroleerde emotie levert altijd het beste resultaat. Daar moet je natuurlijk goed over nadenken, maar vervolgens doe je er wijs aan om de emotie flink te laten doorklinken. Een goed voorbeeld zie je hieronder. Recht uit het hart. Deze speech is stiekem gefilmd op de Rabo Aandeelhoudersvergadering. Ronald van Marlen, een importeur van biologisch roodfruit, maakt in 5 minuten gehakt van het Rabo-landbouwbeleid en laat zien hoe je met een mix van emotie, opinie en onderbouwing enorme impact kunt maken op een aandeelhoudersvergadering; -voor het bijstellen van het beleid moet dat overigens nog maar blijken. De boodschap is overduidelijk.
Disclaimer: het applaus is door degene die de spreker heeft opgenomen, later toegevoegd. Na het vlammende verhaal bleef het doodstil in de grote zaal.
Drie valkuilen voor een speech of presentatie
De drie beruchtste valkuilen voor een speech of presentatie zijn:
De verstopper. De spreker blijft zich in algemeenheden en abstracties hullen, in jargon, clichés of de spreker slaat door in beeldspraak. Je krijgt als luisteraar geen vat op het thema en geen connectie met de spreker, althans met diens verhaal. Je zoekt steeds panischer naar houvast, naar de clou: wat wil de spreker van mij? Omdat je niet meegenomen wordt. Waar gaat dit heen?
Dan heb je de spuier. De dikdoener. Die wil laten zien hoeveel hij wel niet weet en wie hij (ja, vaak mannen) wel niet kent (name dropping). Maar ondertussen gaat hij voorbij aan de essentie, namelijk dat je je gehoor mee wilt krijgen zodat je je punt kunt maken.
En dan heb je de puntzak-specialist; een nerveuze spreker die bang is dat hij iets vergeet en zich daardoor verliest is een woud van details. Het is, behalve misschien in een wetenschappelijk discours, ook geen kwestie van zoveel mogelijk kennis spuien. De puntzak-specialist begint vaak nog bij de stam, kruipt via de eerste tak naar een zijtak, springt opnieuw naar een zijtak en floep... opeens ben je hem kwijt. Ja, hij zit daar ergens verborgen in het gebladerte, dat weet je, want je hoort het geritsel uit die richting komen, maar waar hij is gebleven en wat hij allemaal staat te vertellen....?
Visualiseren
Dus is er maar één vraag die je je in de voorbereiding stelt: wat is het punt dat je wilt maken? Heb je een voorbeeld -liefst uit de eerste hand- dat pijnlijk duidelijk maakt wat je bedoelt? Is er een metafoor die duidelijk maakt waarom er iets moet veranderen? Heb je cijfers? Kun je je standpunt visualiseren aan de hand van een voorwerp? Als je dat te pakken hebt, kun je eigenlijk ook niks vergeten en heb je geen spiekbriefje meer nodig.
Een mooi voorbeeld van visualiseren: in de film The Big Short legt de hoofdrolspeler aan een groep bankiers uit waarom het banksysteem op ontploffen staat en hoe ze daar van kunnen profiteren. Hij demonstreert zijn punt met een Jenga-puzzel, een toren van losse houten blokjes. Op de blokjes staan de ratings van grote en kleine banken, met de zwakste ratings, single B, onderaan de toren en de beste ratings, triple A bovenaan. In een oogwenk snap je het probleem: zwakke banken trekken de sterke banken om. Aan de onderkant haalt hij telkens een blokje weg, tot de hele stapel omvalt: ‘This is America's housing market.’
In de film The Big Short demonstreert de hoofdpersoon zijn presentatie met een Janga-puzzel: This is America's housing market.
Maar pas wel op dat een metafoor niet als een boemerang terugslaat: 'Dit is hoe je de stekker eruit trekt', betekende het einde van Jolande Sap. Het had kunnen werken, maar platte visualisatie van iets dat iedereen zich kan voorstellen, werkt averechts. Zeker als iemand je van repliek dient en antwoordt dat bij jou de stekker er nooit ingezeten heeft.
Tips en voorbeelden
Bepaal vooraf welk beeld/welke emotie je bij je gehoor wilt achterlaten. Wat wil jij dat ze zich na drie weken nog van je toespraak herinneren? Welk gevoel moet er dan zijn blijven hangen?
Maak van de onderbouwing van je standpunt of opinie geen nevengeschikte opsomming. Kijk waar het wezenlijk om gaat: wat is het kernwoord?
Bij presentaties of spreken in het openbaar laat je ZIEN wat je bedoelt! Hier Peter van Uhm, opperbevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten, die zijn publiek complimenteert met wat ze doen en dat toesnijdt op de pen voor de schrijver, de microscoop voor de wetenschapper, het lichaam voor de danser en de penseel voor de kunstenaar. Om dat met zijn 'instrument' te komen: een semi-automatisch machinegeweer (Diemaco).
Ook een aansprekend voorbeeld: de Amerikaanse senator Jim Inhofe die in 2015 een sneeuwbal meenam naar de senaat. Inhofe gelooft niks van de heisa over klimaatverandering. Volgens de NASA was 2014 het warmste jaar ooit. Maar als het sneeuwt kan de aarde niet opwarmen, redeneerde Inhofe en wierp de sneeuwbal op de senaatsvloer: ‘Catch this, mister president.’
Een real life story werkt altijd goed om mee te beginnen. Tenminste als zo'n verhaal het punt illustreert dat je wilt maken en als iedereen zich in de situatie (werk, tankstation, winkel, supermarkt etc.) kan herkennen.
Schilder zo'n verhaal met liefde voor het detail: een gezicht, kledingstuk, woordgebruik, houding, setting, weersomstandigheid. Probeer het allemaal letterlijk voor je te zien. Michelle Obama vertelde in haar speech over haar vader die met MS kampte. 'Ik zie hem nog staan, boven aan de trap... ik stond daar naast m'n broer...'
Maak het verhaal 'klein', persoonlijk en geloofwaardig door details (bron: YouTube)
Een speech of presentatie duurt op deze manier niet langer dan 5 – 15 minuten. Uitzonderingen daargelaten. Dolf Jansen praat op mitrailleursnelheid 236 woorden per minuut en de koning in zijn kersttoespraak op musket-snelheid van 130 woorden per minuut. Maar dat is wel het aantal woorden per minuut dat een zaal aankan. Schrijf en oefen je presentatie op zo'n 100 woorden per minuut, dan heb je ook tijd om stiltes te laten vallen. Een stilte na een punt (pointe, emotie, inzicht) dat je hebt gemaakt, geeft je boodschap impact en je toehoorders de gelegenheid om wat je vertelt ook te verwerken. Luister bijvoorbeeld eens naar Winston Churchill hoe hij zijn land en zijn soldaten moed in praat in het meest duistere uur van de oorlog na de nederlaag in Duinkerken: We shall fight on the beaches. Kernwoord: onverzettelijkheid.
Leer van de stiltes die Churchill in zijn bekendste toespraak laat vallen (bron YouTube):
Let op de stiltes die deze 'büttenredner' steeds laat vallen (bron YouTube):
Kleine concrete woorden zijn altijd beter dan grote abstracte woorden waar niemand zich iets bij kan voorstellen. Dat pleit voor beeldend taalgebruik.
Gebruik ook niet teveel dure woorden als je ook betaalbare woorden kunt gebruiken.
Elke presentatie kent dezelfde opbouw: begin, midden en eind. Die staan voor: Waarom zou ik hier überhaupt naar luisteren? Ok, en waaróm is dat dan zo? En: Wat wil je nou van mij? Zo'n begin, midden en eind bestaan ook weer uit een begin, midden en eind. Verbind die steeds met elkaar via 'bruggetjes' en let daarbij op de signaalwoorden.
Is je gehoor nog vers of zijn er al wat sprekers langs gekomen? Met de opening zet je de trein op de rails. Soms kun je beter meteen met de deur in huis vallen. Zeker als je een emotionele en (dus) persoonlijke betrokkenheid hebt bij het standpunt of de opinie.
Het grote verschil tussen een gesproken en geschreven tekst is de informatiedichtheid. Daar is in een gesproken tekst veel minder ruimte voor. Dat betekent: geen enerzijds/anderzijds redeneringen, maar met de deur in huis, grote halen snel thuis en van dik hout. Hou het dus simpel. Simpel wil zeggen: concentreer je op het punt dat je wilt maken.
Een clou of conclusie als een open deur is helemaal niet erg. Mensen horen graag wat ze zelf ook vinden.
Benoem wat je niet wilt, maar vertel vooral wat je wel wilt. Hou het positief en geef perspectief.
Schrijf je verhaal één keer helemaal uit. Kijk of de rode draad duidelijk is: hoe kom je van je opening via het midden naar je conclusie?
Vat die 'ijsschotsen' samen in kernwoorden. Het is helemaal niet erg als je dan wat details van je verhaal vergeet, zolang je maar de rode draad vasthoudt, de opening paraat hebt en weet waar je wilt eindigen.
Laat je mimiek en lichaamstaal op een natuurlijke manier corresponderen met de emoties in je speech of presentie. Het tonen van emoties is geen teken van zwakte, maar van inlevingsvermogen en - waar nodig - empathie. Neem een voorbeeld aan Obama:
We hadden het weliswaar over ijsschotsen, maar ga niet lopen ijsberen op het podium.
En tot slot: probeer je hetgeen je vertelt ook daadwerkelijk vóór te stellen. Tastbaar. Als je zelf niet gelooft in wat je staat te vertellen, of als je er zelf geen beeld bij krijgt, krijgt je gehoor dat zeker niet.
Wil je meer weten over ghostwriting en speechwriting? Neem contact met me op.




Opmerkingen